Biografie

Onder het teken Tweeling werd op 21 juni 1935 Murk als derde telg in een Leeuwarder arbeidersgezin geboren. Een gezin wat uiteindelijk uit negen kinderen zou gaan bestaan. Murk werd geboren aan het Maria Hofje, wat, met in het midden haar parkje, bij Murk in het geheugen gegrift staat als het begin van zijn fantasiewereldje. Hij herinnert zich als de dag van gisteren, dat hij in het midden van het parkje, een graspol uit de grond stak, er onder een versiering aanlegde met stukjes glas, er vervolgens de graspol weer opplaatste en het daarna koesterde als zijn geheim, wat niemand mocht weten, laat staan mocht zien. Het Maria Hofje was de bakermat van Murk’s eigen wereld. Een droomwereld waarin hij al zijn fantasie kwijt kon. School was geen succes. Murk dwarrelde door zijn 6 leerjaren heen waarbij hij het meest van de tijd niet wist in welke klas hij eigenlijk thuishoorde. De meeste meesters en juffen verwezen hem veelal naar een klas waar op dat moment getekend werd. Moeder wist ervan maar kon hierin geen verandering brengen en liet Murk dan ook maar zijn gang gaan. Tekenen was toen al een passie voor hem en zou het altijd blijven.

Daags na zijn 14de verjaardag echter was het uit met de pret. Murk kon bij het kaaspakhuis van Grondsma in Leeuwarden aan het werk. Kazen keren, insmeren, sjouwen en wat er allemaal niet meer bij hoorde. ‘s Avonds werd er echter steevast getekend. Het huisje aan het Maria Hofje was echter niet groot, temeer omdat de bewoning ervan met negen kinderen nogal intensief was. Al snel werd er een onbewoonbaar verklaard woninkje bij gehuurd aan het Schoenmakersperkje, wat door Murk onmiddellijk werd omgedoopt door een bordje ‘Onverklaarbaar Bewoond’. Beneden knutselde Murk’s broer met motorfietsen. Boven had Murk zijn eerste ‘atelier’. Ook dit pandje kon Murk een passend plaatsje geven in zijn fantasiewereld. Hij herinnert zich nog de grote grillige eikenboom voor het woninkje waaraan hij een grote inspiratiebron wist toe te kennen. Ook weet hij zich goed er de winters in te herinneren. De schoorsteen was ingestort en gestookt kon er niet worden.

Gedurende deze periode was Murk ook begonnen het penseel meer en meer ter hand te nemen. Hij wist hier in toenemender mate in de avonduren zijn droomwereld mee op het doek te zetten. Tot hij op 18 jarige leeftijd wat andere prikkels ontving en in het huwelijk trad. In dat zelfde jaar ging Murk ook onder de wapenen. Van Heutsz werd in de toen aangebroken tijd zijn nieuwe wereld. De mazzel bepaalde echter dat Murk er een leuk baantje kreeg in de bediening in de mes. Dat hij regelmatig met verlof naar Leeuwarden kon, bewijst wel het feit dat er aan het prille gezin al ras 2 telgen werden toegevoegd. Het huwelijk hield niet lang stand en werd afgesloten met een scheiding. Murk kon zich weer volop concentreren op zijn fantasiewereld. Werkte bij een veelheid van bazen en wist de avonden als geen ander te benutten voor de uitbouw van zijn droomwereld. Hij schilderde dat het een lust was en ontwikkelde zich naar eigen bevinden positief. Murk werkte voor vele bazen maar had zo ook zijn principes. Zo weet hij zich te herinneren dat hij vrijdags bij een van zijn bazen, waar hij, naar later zou blijken het kortst zou werken, werd aangenomen en ter afsluiting van het gesprek zelfs een rokertje kreeg aangeboden. Toen hij op maandagmorgen begon en de overal aantrok, passeerde dezelfde baas die het niet nodig vond zijn personeel te groeten, waarop Murk hem wel attendeerde. Zijn baas sprak, dit niet nodig te vinden, waarop Murk zijn overal uittrok en hem meedeelde, het dan ook niet nodig te vinden voor hem te gaan werken. Het langst werkte Murk bij DAS, waar hij het metselen leerde, het tegelzetten en zelfs het schoorsteenvegen. De middagpauzes bij het werk op de Condens gebruikte Murk om het lassen onder de knie te krijgen. Een kunde die hem later van pas zou komen bij het maken van IJzerplastieken.

Na enkele jaren kreeg Murk opnieuw last van mannelijke kriebels en trad voor de tweede keer in het huwelijk. Ondanks het feit dat er uit dit huwelijk ook twee kinderen werden geboren, hield ook dit huwelijk niet lang stand. In deze periode echter begon Murk artistiek wel een plaats te krijgen in het Leeuwarder kunstwereldje. Op advies van mevrouw Faber-Hornstra werd Murk voorgedragen voor de contraprestatie en werd door de commissie op basis van zijn werk bij acclamatie aangenomen. Eindelijk had Murk zijn eerste artistieke erkenning er kon hij van zijn fantasiewereld zijn beroep maken.

Samen met enkele andere jonge kunstenaars, waaronder Jerre Hakse, kreeg Murk lessen van Jan Murk de Vries, waarbij de vlakverdeling, de compositieleer en het perspectief veel aandacht kregen. In die tijd begon Murk ook zijn eerste exposities, bezocht hij kunst-markten en nam hij deel aan tentoonstellingen. Het was Harm de Vos, toenmalig directeur van de lom-school, die Murk wist te motiveren tekenlessen aan zijn school te gaan verzorgen. Met veel liefde deed hij dit 3 dagen per week gedurende een periode van zo’n 10 jaar.

Daarnaast werkte Murk aan het verder uitbouwen van zijn droomwereld. Ontwierp een tuin waarin hij een veelheid van verassingen wist aan te brengen met allerlei metselwerken, pagodes, tempelachtige vormdelen en verstopplaatsjes die menigeen ontging. In zijn wereld van dromen opponeerde zich in toenemender mate ook de magie. Op zijn 48ste begon Murk zijn magnetische gaven toe te wenden aan hen die hij ermee kon helpen. Gedurende 3 ochtenden per week ontving hij een veelheid van mensen waarbij hij de pijn kon verlichten dan wel de kwaal kon genezen. Zijn krachten waren ruimschoots en soms ook tot eigen hinder. Vorken en lepels moesten het bij een dineetje veelal ontgelden en verloren in het ergste geval spontaan hun authentieke vormgeving hetwelk het eten waarlijk bemoeilijkte. Na zijn 65ste heeft Murk een streep onder dit deel van zijn leven gezet en is zich uitsluitend toe gaan leggen op het artistiek uitbouwen van zijn fantasiewereld en niet zonder succes. Naast vele opbouwende recensies in landelijke en regionale dagbladen, zei Peter Karstkarel ooit tijdens een opening van een expositie in de Tille in 1971, Murk’s ‘bruine periode’: als ik hierover moest schrijven, dan schreef ik het finaal de grond in, waarop Sipke Dijkstra van de Tille tegen hem zei, dan moet je hier maar niet over schrijven Peter. Achteraf deed hij dat uiteindelijk wel. Hij schreef toen in 1971 o.a.: ”Murk mist duidelijk nog vakmanschap, maar weet sferen te scheppen die Erkelens in al zijn knapheid  niet op doek vermag neer te zetten’.

Murk van Stralen heeft in de loop der jaren een wezenlijke bijdrage gedaan aan het Surrealisme in Nederland en bovenal in Friesland, waarbij niet onopgemerkt moet blijven, dat de artistieke voedingsbodem voor Surrealisme, met name in de provincie, niet bepaald vruchtbaar genoemd kan worden.

Op de lagere school bleek Murk echter al een buitenbeentje. Als Surrealist in Friesland is hem geen andere kwalificatie ten eer gevallen. Toch heeft Murk in deze stand weten te houden, waarvan zijn werk, zowel dat van toen als dat van nu, een waarlijk bewijs is. Het werk wat Murk tijdens zijn deelname aan de Amelander Kunstmaand in November 2003 ons in Van Heeckeren liet zien was hiervan een overduidelijke bevestiging.